Sinds 2000 zijn de Kaapse Papegaaien opgedeeld in 2 soorten, de P. Robustus en de P. Fuscicollis. Daarbij wordt er van de Fuscicollis 2
ondersoorten beschreven.
Onderscheid tussen de 2 soorten, heeft vooral te maken met de geografische ligging. Waar de Fuscicollis meer aan het NoordWestelijke deel van
Afrika te vinden is, is de Suahelicus meer te vinden in de Zuid-Oostelijke gebieden. In gevangenschap is onderscheid erg moeilijk waar te nemen.
In West-Europa is meer import geweest vanuit het Zuid-Oostelijke deel van Afrika, waardoor er in onze volières waarschijnlijk alleen
Grijskoppapegaaien zijn.
![]() |
De Kaapse papegaai is meteen de grootste van het geslacht. Hij is ongeveer 33 cm. groot. Wat meteen opvalt is zijn grote snavel. De grondkleur van de vogel is groen. De kop is grijs-bruin. Sommige vogels hebben een min of meer rode voorhoofdsband. De vleugelboeg en de pootbevedering is (oranje)rood. Sinds 2001 is de indeling van de Kaapse papegaai gewijzigd. De Robustus is nu een zelfstandige soort. De Kuhls Kaapse papegaai ( P. fuscicollis fuscicollis ) is nu ook de nominaat en de Reichenow's Kaapse papegaai ( P. fuscicollis suahelicus ) is de ondersoort.
Over het algemeen heeft een pop een rode voorhoofdsband hebben en de man niet of minder. Voor 100% zekerheid bij jonge vogels zal men echter endoscopisch onderzoek of DNA-analyse moeten laten verrichten.
De Kaapse papegaai komt voor van Senegal tot Nigeria aan de westkust, in Kongo en Namibië meer naar het zuiden en van Tanzania tot Zuid-Afrika aan de oostkust.
De Kaapse papegaai komt in gevangenschap maar mondjesmaat voor. Wel zijn liefhebbers serieus bezig deze zeldzame vogel na te kweken.
De Kaapse papegaai legt 2 tot 3 eieren. Deze worden gedurende ongeveer 28 dagen bebroed, hoofdzakelijk door de pop. De jongen vliegen na ongeveer 10 weken uit en zijn met 13 weken zelfstandig.
De Kaapse papegaai is meteen de grootste van het geslacht. Hij is ongeveer 33 cm. groot. Wat meteen opvalt is zijn grote snavel. De grondkleur van de vogel is groen. De kop is grijs-bruin. Sommige vogels hebben een min of meer rode voorhoofdsband. De vleugelboeg en de pootbevedering is (oranje)rood. Sinds 2001 is de indeling van de Kaapse papegaai gewijzigd. De Robustus is nu een zelfstandige soort. De Kuhls Kaapse papegaai ( P. fuscicollis fuscicollis ) is nu ook de nominaat en de Reichenow's Kaapse papegaai ( P. fuscicollis suahelicus ) is de ondersoort.
Over het algemeen heeft een pop een rode voorhoofdsband hebben en de man niet of minder. Voor 100% zekerheid bij jonge vogels zal men echter endoscopisch onderzoek of DNA-analyse moeten laten verrichten.
De Kaapse papegaai komt voor van Senegal tot Nigeria aan de westkust, in Kongo en Namibië meer naar het zuiden en van Tanzania tot Zuid-Afrika aan de oostkust.
De Kaapse papegaai komt in gevangenschap maar mondjesmaat voor. Wel zijn liefhebbers serieus bezig deze zeldzame vogel na te kweken.
De Kaapse papegaai legt 2 tot 3 eieren. Deze worden gedurende ongeveer 28 dagen bebroed, hoofdzakelijk door de pop. De jongen vliegen na ongeveer 10 weken uit en zijn met 13 weken zelfstandig.
De stamboekhouder van de Kaapse is Jan van Dijk.